Veelgestelde vragen

Hebben de gedupeerden in Indonesie te weinig oorlogsuitkeringen van de Staat der Nederlanden ontvangen ?

Ja.

Het gaat hier om de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (  WUV ) geldig vanaf 1972, uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) maar onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport .

Naar mijn mening hebben 520 WUV-uitkeringsgerechtigden in Indonesie

recht op schadevergoeding vanwege te weinig ontvangen uitkeringen over de periode  1 november 1979dan wel in ieder geval sinds 1 april 2003tot 1 december 2012 te weinig ontvangen WUV-uitkeringen.

Heeft de Staat door te weinig uitkeringen te betalen een onrecht onrechtmatige daad verricht en zo ja,  op grond waarvan ?

Ja.

Naar mijn mening is sprake is van een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze onrechtmatige daad wordt volgens mij veroorzaakt door een tweetal schendingen van internationaal dan wel EU-recht:

  1. niet-tijdigeen juiste implementatievan Richtlijn 2000/43/EG (hierna: Rasrichtlijn), houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht rasof etnische afstamming;
  2. De in de uitspraak van 20 december 2012 door de Centrale van Beroep ( CRvB ) (ECLI:NL:CRVB:2012:BY7821)vastgestelde schending van artikel 26 IVBPR (discriminatieverbod), waarbij sprake is van (indirect) onderscheid op grond van nationale afkomst (RT bedoeld wordt: niet-Nederlandse afkomst).

Heeft volgens het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) van 16 augustus 2007 de minister van VWS bij de bepaling van de hoogtevan de WUV-uitkering gebaseerd op de rupiah-grondslag indirectonderscheid gemaaktnaar ras?

Ja.

Naar het oordeel van de CGB, thans College voor de Rechten van de Mens, van 16 augustus 2007, Oordeel 2007-152, heeft de minister van VWS bij de bepaling van de hoogtevan de uitkering indirectonderscheid gemaaktnaar ras.In overweging 3.16 tot 3.20 staat het navolgende:

“Onderscheid op grond van ras

3.16 Op grond van voorgaande dient de Commissie te beoordelen of verweerder 1 vanaf 1 april 2004 jegens verzoekster onderscheid maakt op grond van ras door haar op grond van de Wuv een op rupiah-grondslag berekende uitkering toe te kennen in plaats van een uitkering op euro-grondslag.

3.17 Het begrip rasmoet overeenkomstig de definitie in het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatieen overeenkomstig vaste jurisprudentie van de Hoge Raad ruim wordenuitgelegd. Het omvat tevens: huidskleur, afkomst, nationaleof etnische afstamming(Kamerstukken II 1990/91, 22 014, nr. 3, p. 13 en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 15 juni 1976, NJ 1976, 551 (m.nt. van Veen). Aangezien verzoekster aan het verzoek de stelling ten grondslag heeft gelegddat bij de vaststelling van de grondslag van de Wuv-uitkering onderscheid is gemaakt op grond van haarafkomst,is de Commissie in beginsel bevoegd te oordelen over het verzoek.

3.18 Ingevolge de AWGB is ondermeer zowel direct als indirect onderscheidverboden. Direct onderscheid is onderscheid op grond van één van de in deze wet genoemde gronden, zoals ras. Indirect onderscheid op grond van ras is onderscheid op grond van een ander ” neutraal ” criterium dan ras, dat direct onderscheid tot gevolg heeft.

3.19 De grondslag van de Wuv-uitkering wordt volgens de wettelijke uitzondering van artikel 8, derde lid, onderdeel b van de Wuvvastgesteld op basis van de volgende criteria: plaats van vervolging en plaats van vestiging. Deze criteria verwijzen niet rechtstreeksnaar ras.Er wordt dan ook geen directonderscheid gemaakt op grond van ras.

3.20 Volgens verweerder 1 (bedoeld: minister van VWS) ligt het in de lijn der verwachtingen dat personen van wie de band met Indonesië groter is dan de band met Nederland ervoor hebben gekozen in Indonesië te blijvenen dat daardoor het aantal uitkeringsgerechtigden in Indonesiëvan niet-Nederlandse afkomst hoger zal zijn.

Daaruit leidt de Commissie af dat tussen partijen niet in geschil is dat met name personen van niet-Nederlandse afkomstdoor de toepassing van artikel 8, derde lid, onderdeel b, van de Wuv een op rupiah-grondslag berekende uitkering ontvangenen dat deze uitkeringlager isdan een uitkering die op euro-grondslag wordt berekend. Verweerder 1 maakt dan ook indirect onderscheid op grond van ras jegens verzoekster door de grondslag van haar Wuv uitkering vast te stellen naar het inkomen in Indonesische courant.”

Is volgens het oordeel van de CGB van 16 augustus 2007sprake van verboden indirect onderscheid o.g.v. rasen zo ja, wat was het gegeven advies aan de Staat ?

Ja.

De CGB oordeelde op 16 augustus 2007 dat voor het gemaakte onderscheid indirect o.g.v. rasbij het bepalen van de hoogte van de uitkeringer geen rechtvaardige reden is aan te wijzenen om die reden de minister van VWS in strijd heeft gehandeld verbodop discriminatie o.g.v. rasin de zin van artikel 7a van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb).Dit betekende dat sprake is van verboden indirect onderscheid o.g.v.  ras

Tevens heeft de CGB o.g.v. vaste jurisprudentie van het Hofde minister van VWS geadviseerd om artikel 8, lid 3, onder b van de WUV te schrappen en aan die schrapping terugwerkende kracht toe te kennen tot de datum van inwerkingtreding van de Awgb te weten 1 april 2004.

Was het gegeven CGB-advies inzake de datum van terugwerkende kracht juist ?

Nee.

Naar mijn mening had de CGB o.g.v. vaste jurisprudentie van de HR de Staat destijds moeten adviseren om aan die schrapping terugwerkende kracht toe te kennen tot 19 juli 2003  (uiterste datum van implementatie van de Rasrichtlijn).

Heeft de Staat op 27 februari 2008 aangekondigd om de WUV te wijzigen ?

Ja.

De Staat heeft naar aanleiding van het advies van de CGB op 27 februari 2008 de Tweede Kamer geinformeerd en expliciet toegezegd op korte termijn de WUV te wijzigen ter opheffing van de discriminatie o.g.v. ras in de zin van artikel 7a Awgb.

Heeft de Staat bedoeld advies van de CGB opgevolgd en zo niet, waarom niet ?

Nee.

Op 25 januari 2010 weigerde de minister van VWS  het advies van de CGB van 16 augustus 2007 op te volgenop de grond dat oordelen van de CGB niet bindend zijnen daarnaast volgens de Landsadvocaat juridsche gronden zouden zijn om het indirect onderscheid o.g.v. ras te torpederen.

Voorts heeft de Minister van VWS de Kamer voorgerekend dat opvolging van het advies van de CGB dan er meerkosten zouden zijn groot eenmalig 50.000.000,00  (vijftig miljoen) euro en jaarlijks 10.000.000,00 (tien miljoen) euro extra uitkeringskosten. Om die reden heeft de Staat voornoemde toezegging ingetrokken en dus de WUV in 2010 niet gewijzigd.

Is er terzake een bindend uitspraakvan de CRVB ?

Ja.

De CRVB heeft op 20 december 2012 in de zaak van mevr. Yohanna Latuperissa (een uitkeringsgerechtigde) woonachtig in Indonesie met destijds lage uitkeringen vanaf september 2006geoordeeld dat haar beroep volledig gegrond is omdat het in de WUV gemaakte onderscheid tussen het levenspeil in Indonesië (rupiah-grondslag) en het levenspeil in Nederland (euro-grondslag) welk een verschil in de hoogte van uitkeringen totgevolg heeft gehad en dit gegeven indirecte discriminatie naar woonland opleverde, het woonlandbeginsel,zoals bedoeld van artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en voor het onderscheid bij de bepaling van de hoogte van de uitkeringen geen rechtvaardige reden is aan te wijzen(ECLI:NL:CRVB:2012:BY7821).

Daarbij heeft de Raad met toepassing van artikel 94 van de Grondwet artikel 8, lid 3, onder b van de WUV buiten toepassing verklaard.

Tevens heeft de Raad de SVB opgedragen een nieuw besluit op het bezwaarschrift van Yohanna Latuperissa te nemen en daarbij artikel 8, lid 3, onder b van de WUV niet (meer) toe te passen en vanwege volgens de Raad een inschattingsfout van de SVB dat zij geen Nederlands zou spreken, de ingangsdatum van de uitkering nader te betalen op 1 april 2002, nl. de aanvraagdatum.

Heeft de SVB de opdracht van de CRVB opgevolgd ?

Ja.

De SVB heeft in 2013 een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van Yohanna Latuperiissa genomen en daarbij bepaalt dat zij vanaf de aanvraagdatum te weten op 1 april 2002recht heeft op hoge uitkeringengebaseerd op de eurogrondslag. Dit betekende dat de Landsavocaat de Staat terzake foutief had geinformeerdop 25 januari 2010. Mevr. Yohanna Latupeirissa ontving in 2013  van de SVB alsnog hogeuitkeringengerekend vanaf haar aanvraagdatum 1 april 2002en om die reden ontving zij een nabetaling groot 200.000,00 euro. 

Heeft de pers aandacht besteed aan die verstrekkende uitspraak van de CRVB ?

Ja.

Zoals jullie in de pers hebben meegekregen (Trouw, AD, Telegraaf en Volkskrant) weigerde de SVB tot 1 oktober 2013 ambtshalve herzieningen te versturen aan tot 1 december 2012  precies 520 WUV-uitkeringsgerechtigden woonachtig in Indonesie met maandelijks lage WUV-uitkeringen vanwege ontbreking van een wetswijziging. Dit was niet in de rede omdat in het geval van Yohanna Latuperissa immers zonder een wetswijziging het wel mogelijk was om hoge uitkeringen aan haar toe te kennen gerekend vanaf de aanvraagdatum te weten 1 april 2002.De heer Thumann stelde in de media dat gelet op het gelijkheidsbeginsel die 510 WUV-uitkeringsgerechtiden ook zonder een wetswijzigingrecht hebben op hoge uitkeringen vanaf de aanvraagdatum, net als in het geval Yohanna Latuperissa.

Hebben de persberichten tot iets positiefs geleid ?

Ja.

Naar aanleiding van de persberichten begin en medio 2013 heeft de SVB -met toestemming van de minister van VWS in afwachting van de wetswijziging alvastop 1 oktober 2013ambtshalve herzieningenbesluiten genomenen aan 520 WUV-uitkeringsgerechtigden (thans 87 jaar en ouder) niet vanaf de aanvraagdatum van de uitkering maar helaas slechts vanaf 20 december 2012 nl. de datum van de uitspraak van de CRVB, formeel vanaf 1 december 2012,  ook hoge uitkeringen toegekend gebaseerd op de euro-grondslag.Zij ontvingen op 15 oktober 2013 een nabetaling gemiddeld 15.000,00 euro en vanaf 1 november 2013 ontvingen zij maandelijks de juiste en hoge uitkeringen gebaseerd op de eurogrondslag te weten groot 1.800,00 euro.

Is volgens de minister van VWS  geen sprake van onderscheid o.g.v. ras ? 

Ja.

Grondige nalezing van de uitspraak van de CRVB d.d. 20 december 2012 leert dat volgens de Raad onderscheid is gemaakt o.g.v. het woonlandbeginselen niet o.g.v.nationaliteitals de minister van VWS ons wil doen geloven. De Raad liet dus in het midden of indierect onderscheid is gemaakt o.g.v. ras, terwijl de Raad wel heeft verwezen naar het oordeel van de CGB van 16 augustus 2007 (voor de duidelijkheid: in overweging 3.20 is duidelijk aangegeven dat de minister van VWS indirect een onderscheid maakte o.g.v. ras). Dit betekent dat de civiele rechter daarover rekeninghoudend met overwegingen van de Hoge Raad inzake het begrip ras, indien nog nodig een eigen oordeel dient te vellen (ter verduidelijking)..

Is de WUV in 2014 gewijzigd en wat zo ja, wat zijn de gevolgen daarvan ?

Ja.

Voormelde uitspraak van de CRVB van 20 december 2012 noopte de Staat wel tot het doen van een Wetswijziginginzake de WUV op 4 juli 2014 omdat uitspraken van de CRVB wel bindend zijn voor de Staat.De wetwijziging houdt in dat artikel 8, lid 3, onder b van de WUV is geschrapt en aan die schrapping terugwerkende kracht is toegekend tot 20 december 2012, formeel tot 1 december 2012. De gevolgen van de wetswijzigng zijn dat  vanaf 1 december 2012 recht bestaat op hoge uitkeringen gebaseerd op de euro-grondslag en dus niet vanaf de aanvraagdatum.

Er is dus sprake van een rechtsongelijkheid in vergelijking metbhet geval van Yohanna Latuperissa want zij ontving alsnog hoge uitkeringen vanaf 1 april 2002 en een nabetaling groot 200.000,00 euro..

Wie zijn de mensen die de WUV-uitkeringen kregen of nog steeds krijgen ? 

Dat zijn o.m. merendeels Nederlanders die bij het KNIL dienden en ten tijde van de Tweede Wereld Oorlog door de Japanse soldaten in de periodejaren 1942-1945 ( 40 maanden ) werden gevangengenomen en opgesloten in Japanse interneringskampen. Destijds werden ook vele KNIL-militairen van Ambonese (Zuid-Molukse) afkomst. De Japanse soldaten waren wreed omdat de geinterneerde KNIL-militairen werden uitgehongerd opdat zij geestelijk en lichamelijk geen weerstand meer konden bieden. Indien een Japanse  bewaker/ soldaat langsliep en een KNIL-militair vanwege honger en slechte geestestoestand vergat een diepe buiging te maken dan werd consistent met een slag met het Japanse zwaard de KNIL-militair onthoofd.  Sommige KNIL-militairen wensten niet dan wel konden niet meer buigen en kozen bewust voor de dood door onthoofding omdat zij het leed niet langer meer konden verdragen. Hun weduwen en kinderen worden ook tot doelgroep gerekend.  Volgens de SVB kregen in 2016 maar 5 nog op 15 augustus 2015 in Indonesie levende KNIL- militairen o.g.v. de backpayregeling een eenmalige uitkering groot € 25.000,00 naast hun maandelijkse WUV-uitkeringen. De backpayregeling is slechts een gedeeltelijke compensatie voor niet uitbetaalde soldij gedurende 40 maanden krijgsgevangenschap in de periodejaren 1942-1945. Nogmaal: 770 mensen kregen de compensatie waaronder 5 in Indonesie nog levende KNIL-militairen.

Hebben de Japanse soldaten vrouwen en kinderen misbruikt ?

Ja.

Honderden zeer jonge Nederlandse vrouwen eaarvan de meeste nog geen 18 jaar oud waren werden door de Japanse soldaten ten tijde van de  oorlogsperiode 1942-1945 systematisch seksueel misbruikt. Zij werden gedwongen  de Japanse soldaten ” te bedienen” en werden later als “troostmeisjes” aangemerkt.  Ook die troostmeisjesbehoren tot de doelgroep van de WUV.

Is volgens mij welsprake van onrechtmatige overheidsdaad.

Ja. Een volgens mij kan de Staat door de civiele rechter worden veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan vanwege het missen van de hoge WUV-uitkeringen vanaf de aanvraagdatum –net als in het geval van Yohanna Latupeirissa- in ieder geval over een tijdvak gelegen voor 1 december 2012 vanwege te late implementatie van de WUV op 4 juli 2014.Immers de Europese Rasrichtlijn had de staat uiterlijk op 1 april 2003 moeten implementeren in de nationale wetgeving

Volgens mijn heeft de Staat door het te laat en onjuist implementeren van de Europese Rasrichtlijn onrechtmatig gehandeld jegens uitkeringsgerechtigden met kleine uitkeringen gebaseerd op de rupiah-grondslagin de zin van artikel 6:162 BW en daarmee de schuld van de Staat en schadeplichtigheid vaststaat. Hij verwijst ter ondersteuning van zijn voormelde mening daarvoor naar een arrest van de Hoge Raad van 16 september 2015 ( ECLI:NL:HR:2015:2722), waarbij is overwogen dat het te laat of onjuiste implementatievan een Europese Richtlijn in de Nederlandse wetgeving een onrechtmatige daad oplevertin de zin van artikel 6:162 BW. Deze zaak is soortgelijk omdat de Staat een Europese richtlijn, nl. de Europes Rasrichtlijn, niet tijdig en of onjuist laat heeft geimplementeerd in de nationale wetgeving.

Heeft de Staat de te lateimplementatie van de Rasrichtlijn erkend ?

Ja.

De Staat erkent wel de te late implementatievan de Rasrichtlijn maar erkent nietdat daardoor de Staat de 520 uitkeringsgerechtigden in Indonesie met kleine uitkeringen tot 1 december 2012 vermogenschade had berokkend.

Is er verrmogenschade ?

Ja.

Volgens mij is de gestelde vermogenschade duidelijk: het missen van de juiste en hoge uitkeringen gebasseerd op de eurogrondslag primairvanaf de aanvraagdatum en secundairvanaf 1 april 2003de uiterste datum van verplichte implementatie van de Europese Rasrichtlijn. Gemiddeld is er sprake van vermogenschade groot 200.000,00 euro net als het geval van mevr. Yohanna Latuperissa. Een advocaat vraagt ongeveer 35.000 euro om de Staat voor de rechtbank te kunnen dagvaarden voor het eisen van voormelde vermogenschade.

Ik denk dat een advocaat met succes de civiele rechter kan overtuigen om de Staat te veroordelen de hoog bejaarde gedupeerden in Indonesie financieel te compenseren voor geleden vermogenschade:  immers door het totstand brengen van voormelde wetswijzing op 4 juli 2014, waardoor alsnog recht bestaat op hoge uitkeringen vanaf 1 december 2012, is komen vast te staan dat de Staat over de periode voor1 december 2012 een onrechtmatige daad jegens WUV-uitkeringsgerechtigden met voorheen lage uitkeringen had begaan in de zin van artikel 6:162 BW.

Is deze zaak inmiddels verjaard ?

Nee.

Op 1 0ktober 2013 kregen de 520 slachtoffers van discriminatie alsnog ambtshalve juiste en hoge uitkeringen van de SVB op aandringen van de Staat, gerekend vanaf 1 december 2012. Dit betekent dat vanaf 1 oktober 2013de 520 gedupeerden bekend zijn met de veroorzaker van de schade(de Staat) en schade(missen van de juiste uitkeringen vanaf aanvraagdatum tot 1 december 2012.). Volgens HR begint de verjaringstermijn van 5 jaar te lopen vanaf dat de gedupeerden bekend zijn met de schadeveroorzaker en de schade.

Voldoet de massaclaim aan de voorwaarden voor schadevergoeding ?

Ja.

Ten overvloede wijs ik er op dat voor de verplichting tot het betalen van een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad aan een aantal voorwaarden (schade, causaliteit, relativiteit, en toerekenbaarheid) moet worden voldaan, waarbij de in dat verband geldende bewijslast op de eisers berust. Vooralsnog is aan de aan deze bewijslast wel voldaan.

De schade is ontstaan door een onjuiste wetgeving door de staat en dus is de causaliteit en toerekenbaarheid aan de staat te wijten aan de staat. Zie HR van 18 september 2015.

De relativiteit berust op het feit dat artikel 7a van de Alg. wet gelijke behandeling en de Rasrichtlijn mensen willen beschermeen tegen discriminatie o.g.v. ras etc. . Dit is in casu het geval.

Is het beroep van de staatssecretaris van VWS  op formele rechtskracht juist ?

Nee.

Omdat de bestuursrechter in dit geval de  CRVB  slechts kan oordelen over de rechtmatigheid van door een bestuursorgaan genomen besluiten dient de civiele rechter van de rechtmatige besluiten uit te gaan maar de civiele rechter is bevoegd te oordelen  of een formele wetgeving  vanaf de inwerkingtreding ervan tot de datum van wetswijziginageen  onrechtmatige daad oplevert in de zin van artikel 6:162 BW en zo ja, of recht bestaat op schadevergoeding.