Home

Welkom op de website van de Stichting Gerechtigheid Indonesiegangers (SGIG).

Voor wie en voor hoeveel personen is SGIG bedoeld.

De SGIG komt op voor de belangen van mensen woonachtig in Indonesie die vanaf 1974 tot 1 december 2012op grond van artikel 8, lid 3, onder b van de Wet uitkeringen vervolgingsslachoffers 1940-1945

( WUV ) maandelijks geen hoge (in 2012: groot € 1.800,00 euro ) maar lage WUV-uitkeringen (nl. omgerekend in 2012: groot 300,00 euro) ontvingen. In 2012 kregen zij dus maandelijks € 1.500,00 minder. Immers voormeld artikel 8 bepaalde tot 1 december 2012 dat uitkeringsgerechtigden die in Indonesie woonden ten tijde van de aanvraag en de vervolging had plaatsgevonden in het voormalig Nederlands-Indie slechts recht hadden op lage uitkeringen.

Ook komt de SGIG op voor de belangen van de nabestaanden en of erfgenamen van voormelde uitkeringsgerechtigden. Hun aantal wordt geschat (in 1998) op 2.200 personen.

De SGIG komt ook op voor de belangen van 520 WUV-uitkeringsgerechtigden woonachtig in Indonesie die op 15 oktober 2013 gerekend vanaf 1 december 2012 t.g.v. een wetswijzing van 4 juli 2014 maandelijks geen lage WUV-uitkeringen meer maar hoge WUV-uitkeringen ontvingen. Volgens de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ontvingen op 15 oktober 2013 precies 520 uitkeringsgerechtigden in Indonesie alsnog hoge uitkeringen en werd er een nabetaling gedaan groot € 15.000,00 euro ( 10 maanden X € 1.500,00 ).

Ook komt de SGIG op voor de belangen van de nabestaanden en of erfgenamen van voormelde uitkeringsgerechtigden die na 1 december 2012 zijn overleden.

Welke personen kregen en krijgen WUV-uitkeringen ?

 

Oud-ambtenaren en militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) die in Indonesie zijn achtergebleven en hun nabestaanden kunnen ook behoren tot de WUV-uitkeringsgerechtigden.

Waarom deze website?

De mensen die recht hebben op WUV-uitkeringen wordt steeds kleiner. Toch blijkt dat er mensen zijn, vooral in Indonesie woonachtigen, die niet weten dat ze mogelijk rechten hebben. Dat geldt ook voor hun nabestaanden en of erfgenamen. Daarom willen we onze informatie via deze website wereldwijd nog toegankelijker maken, vooral op grond van het navolgende.

ACTUEEL

De CRVB heeft op 20 december 2012 in een uitspraak geoordeeld dat het beroep van Yohanna Latuperissade gegrond is en daarbij de SVB de opdracht gegeven die kort samengevat en niet anders kan worden begrepen dan dat aan Latuperissa woonachtig in Bandung in Indonesie maandelijks niet lage maar hoge uitkeringen diende te worden toegekend gerekend vanaf de aanvraagdatum te weten 1 april 2002. Volgens de SVB had zij in 2013 recht op een nabetaling groot 200.000,00 euro.

Wat gaat de SGIG doen voor hier bedoelde groep WUV-uitkeringsgerechtigden in Indonesie ? 

De SGIG is van mening dat alle personen in Indonesie met lage WUV-uitkeringen net als geval van mevrouw Latupeirissa ook recht hebben op hoge uitkeringen gerekend vanaf de aanvraagdatum gelegen voor 1 december 2012. Door naar aanleiding van voormelde uitspraak van de CRVB van 20 december 2012 een wetswijzing in juli 2014 totstand te brengen, waardoor alle uitkeringsgerechtigden die ten tijde van de aanvraag  in Indonesie woonden en de vervolging in het voormalig Nederlans-Indie  had plaatsgevonden, alsnog recht hebben op hoge uitkeringen is ontegenzeggelijk  komen vast te staan dat sprake was van een “onjuiste wetgeving”. Immers de CRVB heeft artikel 8, lid 3, onder b van de WUV buiten toepassing verklaard omdat dat artikel ervoor zorgde dat zij geen hoge maar lage uitkeringen kreeg en voor het verschil in behandeling geen rechtvaardige reden is aan te wijzen en mitsdien sprake is van schending van het verbod op discriminatie op grond van woonstatus als bedoeld in art. 26 van het internationaal Verdrag Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).

Levert een onjuiste wetgeving een “onrechtmatige daad” op ? 

Volgens een overweging behorende bij het arrest van de Hoge Raad van 18 september 2015 is het totstandbrengen van formele wetgeving die in strijd is met een bindend verdrag een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW en om die reden zowel de schuld als schadeplichtigheid van de Staat is gegeven.